Jeugd

Het is slechts 28 jaar na het herstel van de hiërarchie in Nederland dat Titus Brandsma in 1881 werd geboren in Oegeklooster, een gehucht in Friesland. Hij kreeg de voornamen Anno Sjoerd.

In het Friese katholieke milieu van die dagen werd nog angstvallig de eigenheid bewaard. De angst voor beïnvloeding door de overgrote niet-katholieke bevolking was alom aanwezig. In het boeren gezin waarin Titus ter wereld kwam heerste een geest van vroomheid en gebed, die zelfs voor die tijd opmerkelijk was. Vooral Titus’ moeder was een groot voorstander van het katholieke isolement. Het gezin leefde een naar binnengekeerd, sober en geordend leven. Dit heeft Titus gevormd en hem gestimuleerd om voor een leven als religieus te kiezen. Een keus die in dit gezin bijna een vanzelfsprekendheid was. Van zijn broer en vier zusters huwde slechts één zuster, de anderen kozen er voor in het klooster te treden. Anno Sjoerd begon in 1898 zijn noviciaat in het Karmelklooster van Boxmeer.

Behalve de zorg om de eigenheid te bewaren, was er ook een grote vooruitgangsdrift onder de katholieken. Titus Brandsma heeft ooit geschreven: “Ik heb het voorrecht te stammen uit een gezin waarin warm werd meegeleefd met hetgeen de Friese katholieken vooruitbracht”.
Katholieke Nederlanders hadden rond de eeuwwisseling nog een achterstand in te halen. Er waren nog maar weinig katholieken in overheidsfuncties en zij verkeerden over het algemeen in een sociaaleconomische achterstandspositie. De katholieke emancipatie beweging kreeg daarom naast een religieuze ook een sociaal-politieke dimensie. Dit heeft op het leven van Titus Brandsma een grote invloed gehad.
De spanning van het emancipatie katholicisme klonk al mee in zijn vroegste artikelen. In 1904 schreef Frater Titus:

Wie invloed wil uitoefenen, moet maken dat hij recht op die invloed heeft; wie er naar streeft verhoudingen te regelen, de maatschappij te helpen vormen, in te werken op de algemene gang van zaken moet materiaal kunnen aanbrengen, even goed of nog beter dan dat zijner mededingers. Daardoor krijgt hij het recht om mee te werken.”

In zijn studietijd in Rome volgde de jonge Titus ook colleges van de socioloog Pottier aan het Leonijns instituut. Nog vóór zijn vertrek naar Rome was van zijn hand al een seriebijdrage verschenen in het ‘Katholiek Sociaal Weekblad’ over De Katholieke Kerk en het maatschappelijk vraagstuk. Hierin uitte hij zijn begrip voor het socialisme als een ‘hartstochtelijke uiting van ontevredenheid, door al het onrecht opgewekt’.