Wanneer iemand ervoor kiest om karmelitaans te leven in een van de kloosters, is het nodig de verschillende fasen te doorlopen die leiden tot intrede. Het is een weg die langzaam en zorgvuldig wordt afgelegd.

De eerste stap is die van het pre-noviciaat. De kandidaat woont dan al in het klooster of is dan nog in de eigen situatie. Regelmatig logeert hij of zij dan meerdere dagen aaneen in het klooster van Boxmeer. Dan is er ook deelname aan het vormingsprogramma en er zijn regelmatig gesprekken met een geestelijk begeleider. Een van de vormingsverantwoordelijken begeleidt op de weg naar het noviciaat.

Bij de intrede begint het noviciaat. De novice neemt deel aan het dagelijks vormingsprogramma dat erop gericht is om te groeien naar een contemplatieve levenshouding en de karmeltraditie eigen te maken. Het dagritme en de gebedstijden zijn wezenlijke elementen van het noviciaatsprogramma.

Na het noviciaat volgt de periode van de kleine professie. De kandidaat is nu officieel lid van de orde.

De tijdelijk aard van de binding is bedoeld om een geleidelijke voortgang te maken in het karmelitaanse leven. De karmeliet krijgt in die periode verantwoordelijkheden voor taken of voor studie. Zoveel als mogelijk wordt de vorming in deze periode afgestemd op de individuele mogelijkheden.

De plechtige professie is de definitieve binding aan de orde. Ze wordt publiekelijk uitgesproken. Het is geen eindpunt van de weg. Het markeert enkel het punt in het leven waarop een karmeliet definitief besluit te willen leven binnen de Karmelorde, in navolging van Jezus Christus en in zuster- en broederschap. Hiertoe worden de geloften afgelegd van gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede.