Gods aanwezigheid

In de traditie van de Karmel zijn broeders en zusters altijd bezig geweest met het geloof dat God aanwezig is:  “In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.” Hij wil dat wij ons leven, ons handelen, onze aandacht  richten naar Hem van wie in de eerste brief van Johannes staat geschreven: “God is liefde”.  Dat zijn onze meest centrale waarden. Daaromheen beweegt zich onze spiritualiteit.
Eigenlijk zijn dat heel actuele waarden, want ze zijn een tegenbeweging tegen de overtuiging die momenteel gangbaar is in onze cultuur, – dat onze wereld geheel maakbaar zou zijn. De mens zou alles zelf kunnen en kennen.
Wij vinden het belangrijk, dat mensen gevoel blijven houden voor de wondere werking van God en voor het mysterie van God dat zich aandient in iedere mens en in geheel de schepping. In de geboorte van een kind, in de schoonheid van de natuur, maar ook in het lijden dat we allemaal tegenkomen, kunnen we ervaren dat het mysterie de mens overstijgt.
Wij geloven dat er een God is die aanwezig wil zijn bij ons mensen. Vanaf het allereerste begin heeft die God ons ervan bewust gemaakt, dat we kwetsbare mensen zijn, maar ook met een grote waardigheid: Hij heeft ons gewild en geschapen en wij zijn samen met Hem verantwoordelijk voor het behoud van de schepping.
Een karmeliet die heeft laten zien hoe belangrijk deze waarde is, was Titus Brandsma. Hij verzette zich tegen het nationaalsocialisme omdat hierin geen enkel respect was voor menselijke waardigheid Tot het laatste toe, tot in het concentratiekamp van Dachau waar hij zou sterven, liet Titus zien wat het betekent om vast te houden aan Gods aanwezigheid in ons leven.

Stilte

Wij proberen in onze communiteiten een sfeer van stilte te bewaren. De bedoeling daarvan is, dat we ruimte open houden voor het mysterie van God. Bovendien confronteert stilte je met wie je eigenlijk bent. Wie stil kan zijn, leert de diepere bewegingen van de ziel kennen, zowel de positieve als de negatieve. Het is van groot belang die binnenkant van je ziel te leren kennen.

Elia en Maria

Steeds zijn Maria en Elia belangrijke modelfiguren geweest in de orde.
De profeet Elia leefde in de negende eeuw voor Christus. Een cyclus van verhalen over hem is opgenomen in de Bijbelboeken 1 en 2 Koningen. Zijn naam betekent Mijn God is Jahweh. Hij verdedigde het geloof in Jahweh tegenover de afgoden van zijn tijd.
Voor de karmeliet(es) is Maria een belangrijk voorbeeld vanwege haar onvoorwaardelijke overgave aan de wil van God. Deze overgave is uitgedrukt in haar ja-woord “Ik ben de dienares van de Heer. Laat met mij gebeuren wat u hebt gezegd.” (Lc 1,38).

Gebed

Een andere belangrijke waarde is die van het gebed. Wij komen in onze gemeenschappen enkele keren per dag bijeen om samen te bidden.  Zo willen we het besef van Gods aanwezigheid levend houden en ons steeds meer openen voor zijn liefde. De bedoeling is dat de relatie met God heel ons leven doortrekt. Ons gebed is dan ook veel meer dan de momenten die wij samenkomen. Ieder werk, iedere ontmoeting, onze studie, en zelfs onze ontspanning, zijn ten diepste op God gericht. In onze regel staat geschreven dat de karmeliet “dag en nacht in de wijzing van de Heer zich bezinnend en in gebeden wakend” moet zijn.

Gemeenschap

De gemeenschap neemt in ons leven van alledag een belangrijke plaats in.
Wat we hebben en zijn stellen we ter beschikking aan de gemeenschap. Het is de bedoeling dat wij geen geld en goederen voor onszelf houden. Ook de talenten die ieder heeft ontvangen, proberen we dienstbaar te maken aan de gemeenschap.  Op deze wijze willen wij steeds meer tot besef komen dat wij alles van God hebben ontvangen.
De gemeenschap heeft de plicht om te zorgen voor ieder lid. Wij ontvangen wat wij nodig hebben. Wij kennen echter niet het principe van gelijke monniken, gelijke kappen. Ieder heeft een eigen leefruimte, en er wordt echt rekening gehouden met ieders levensbehoeften, fysieke mogelijkheden en leeftijd.  Zo mogen allen weten dat het leven hem of haar gegund wordt door God. Dat is ook de betekenis van de godsnaam: Jahweh kun je vertalen met Wezer, wat een uitnodiging inhoudt: wees er, jij mag er zijn…

Gerechtigheid

Onze orde heeft altijd een traditie gekend van zorg voor de armen en de zwakken in onze samenleving. Wij zijn vanuit Nederland naar Brazilië, Indonesië en de Filipijnen getrokken om daar nieuwe Karmels op te richten. Steeds was daarbij een belangrijk aandachtspunt de zorg voor de armsten. Op die manier proberen wij gestalte te geven aan de gerechtigheid waartoe  Bijbel en traditie ons oproepen. Van hen leren wij dat Gerechtigheid een van de namen van God is.