Johannes 13, 1-5
Het paasfeest was ophanden. Jezus wist dat zijn uur gekomen was: nu zou Hij de wereld verlaten om naar de Vader te gaan. Voorheen hield Hij al van degenen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn liefde betonen tot het uiterste.
Het gebeurde tijdens een maaltijd. De duivel had inmiddels iemand ertoe aangezet Hem over te leveren: Judas, de zoon van Simon Iskariot. Jezus, die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God gekomen was en naar God zou teruggaan, stond van tafel op, legde zijn bovenkleren af en bond een linnen schort om zijn middel. Daarna goot Hij water in een waskom en begon Hij de voeten van zijn leerlingen te wassen. Hij droogde ze af met de schort om zijn middel. Zo kwam Hij bij Simon Petrus. ‘Heer,’ zei deze, ‘gaat U mij de voeten wassen?’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Wat Ik doe, daar heb je nu geen begrip van; later zul je het begrijpen.’ Petrus hield vol: ‘Nooit in der eeuwigheid zult U mij de voeten wassen!’ Maar Jezus zei: ‘Als Ik je voeten niet mag wassen, hoor je niet bij Mij.’ ‘Heer,’ zei Simon Petrus toen, ‘dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Wie in bad is geweest, is helemaal gezuiverd; buiten de voeten hoeft hij niets meer te wassen. Zo zijn ook jullie gezuiverd – hoewel niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie Hem zou overleveren; daarom zei Hij: ‘Jullie zijn niet allemaal gezuiverd.’ Toen Hij hun voeten had gewassen en zijn bovenkleren had aangetrokken, nam Hij weer aan tafel plaats en zei: ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? Jullie noemen Mij meester en Heer, en terecht, want dat ben Ik. Welnu, als Ik, jullie Heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan behoren jullie ook elkaar de voeten te wassen. Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: je moet doen zoals Ik voor jullie heb gedaan.’
Lezingen: Ex 12,1-8.11-14; 1 Kor 11,23-26
Overweging
In de Bijbel wordt het verhaal dat Jezus brood breekt en deelt met zijn leerlingen en dat hij de beker met wijn deelt, vier keer verteld: in de evangelies van Matteüs, Marcus en Lucas en in de eerste brief van Paulus aan de christengemeenschap van Korinte. Johannes heeft dat verhaal niet. Hij vertelt wel andere verhalen over wijn en brood. En ook vertelt hij vijf hoofdstukken lang over de laatste avond van Jezus leven. Maar hij vertelt niet over het brood en de wijn op die avond. Ook is in het Johannesevangelie die laatste maaltijd geen paasmaaltijd. Johannes spreekt wel over de voetwassing. Maar dat verhaal komt in de andere evangelies niet voor. Je zou je de vraag kunnen stellen of het verhaal van de voetwassing over iets anders gaat dan het verhaal over het brood en de beker. Of gaan ze misschien in de diepte toch over hetzelfde?
Voor mij gaan alle verhalen die de Bijbel over Jezus vertelt, over de zuivere liefde. De verhalen maken duidelijk dat zuivere liefde zuivere zelfgave is. De evangelies vertellen ieder op heel eigen manier daarover. Zowel het verhaal dat Jezus de voeten van zijn leerlingen wast als het verhaal dat hij brood breekt en de wijn deelt, gaan over de zuivere liefde. De manier waarop we in de kerkelijke traditie de verhalen lezen, maakt dat ook duidelijk. Het verhaal van de voetwassing begint met te zeggen dat Jezus wist dat zijn uur gekomen was, en dat hij nu aan degenen van wie hij gehouden heeft, een bewijs gaf van zijn uiterste liefde. Diezelfde woorden worden in sommige eucharistische gebeden gebruikt als het begin van de zogenoemde instellingswoorden die Jezus gesproken heeft over brood en wijn. Dat betekent dat beide verhalen gaan over de liefde die Jezus ons betoond heeft; een liefde die niet meer begrensd werd door enig eigenbelang.
Pure liefde is de liefde die volkomen ontdaan is van de gerichtheid op jezelf. Voor ons is dat soms moeilijk voorstelbaar. Heel vaak speelt in onze liefde voor de ander toch enige vorm van eigenbelang mee. Vaak speelt mee dat we op de een of andere manier ook zelf beter willen worden van de liefde die we voor een ander mens koesteren. Dat we vruchten plukken van onze liefde, is soms een genade. Maar van de pure liefde is het niet het doel. De zuivere liefde heeft ons los gepeld uit de gerichtheid op ons zelf.
Het is vooral het Johannesevangelie dat ons erop attendeert dat de zuivere liefde afkomstig is van God. Het is niet de verdienste van onze eigen inspanningen. Gods liefde is zijn volkomen solidariteit met ons. Hij is mens geworden en heeft ons bestaan aangetrokken. Het woord van God is vlees geworden. In alles is Hij aan ons gelijk geworden. En God heeft nog een volgende stap gezet. Hij heeft zichzelf weggeschonken aan ons. In de gesprekken met zijn leerlingen op de avond voor zijn lijden heeft Jezus gezegd dat de ware liefde daarin bestaat dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden. In Jezus is God geworden tot iemand die zichzelf in stukken breekt en uitdeelt aan ons. Hij is als wijn die uitgegoten wordt. Hij is de slaaf die ons de voeten wast. Door zichzelf te breken en uit te delen, maakt Jezus het mogelijk dat wij deel krijgen aan het leven van God. De pure, onbaatzuchtige liefde maakt het mogelijk dat wij deel krijgen aan de bron van alle liefde.
Dit alles is niet zonder consequenties voor ons. Deelhebben aan de bron van alle liefde betekent ook dat wij in ons leven die liefde kunnen uitdragen en uitstralen. ‘Als Ik, jullie Heer en Meester, jullie de voeten heb gewassen, moeten jullie ook elkaar de voeten wassen.’ ‘Jullie moeten doen, zoals Ik jullie heb voorgedaan.’ Op een andere plaats zegt Johannes dat als God ons zozeer heeft liefgehad, dat Hij ons zijn enige zoon heeft geschonken, wij ook elkaar moeten liefhebben.
Elkaar de voeten wassen, elkaar liefhebben, betekent dat we solidair zijn in het lijden dat we te dragen hebben. ‘Draagt elkanders lasten,’ zegt Paulus in een van zijn brieven. Pure liefde is de bereidheid de last en het lijden van de ander te dragen, net zoals God bereid geweest is onze last en ons lijden te dragen. De liefde die God ons heeft toegedragen, dragen wij uit naar elkaar. Zo vormen wij een christelijke gemeenschap. De genade die God ons geschonken heeft, dragen we uit en brengen we in de wereld. Zo zijn we instrumenten van Gods genade en van Gods liefde.
Leven in een gemeenschap die wil leven vanuit de genade en de liefde die God ons schenkt, is geen romantisch en idyllisch idee. Het is staan met de voeten in de modder. Daarom moeten ook de voeten worden gewassen. Johannes heeft er weet van dat de ideale gemeenschap niet bestaat. Ook de gemeenschap tijdens het laatste avondmaal was een gebroken gemeenschap. In die gemeenschap was het verraad aanwezig. Johannes vermeldt het meteen aan het begin van het verhaal. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Dat is misschien het moeilijkste van de pure liefde: verdragen dat de liefde zich tegen je keert. Pure liefde ziet ook de werkelijkheid van het kwaad onder ons onder ogen. Ze draagt de last van het lijden dat het kwaad onder ons met zich meebrengt. Jezus heeft dat gedaan tot in het uiterste. Het is een consequentie voor de mens die in zijn leven Christus wil uitbeelden.
Huub Welzen

