Zondag 29 maart 2020

Overweging bij Matteüs  21, 1-11 Palmzondag

Massa’s mensen zijn er op de been, wanneer Jezus met zijn leerlingen Jeruzalem binnentrekt. Het is bijna Pasen, Pesach, veel pelgrims trekken op naar Jeruzalem om daar het feest van bevrijding uit Egypte te gaan vieren. God ziet om naar zijn volk, hoort haar roepen, daalt af om te bevrijden, wijst de weg.

In deze stroom van gedenkende, hoopvolle, verwachtende mensen, wordt Jezus opgemerkt. Hij rijdt op een ezeltje. De woorden van de profeet Zacharia klinken op: ‘Zie uw Koning komt naar u toe’.
Geen koning hoog te paard, geen strijder, maar een vredebrenger. Niet geharnast, maar zachtmoedig en kwetsbaar. Niet gewichtig, maar zelfs een jonge ezel niet tot last.

‘Hij is de komende, in de naam van de Heer’, Hij de bevrijder, Hij de Gezalfde! Geroepen en geschreeuwd wordt er. Herkennen ze dat werkelijk in Jezus? Zien ze dat Hij de naam van de Eeuwige waarmaakt: Ik zal er zijn voor jou, jij mag er wezen, wees-er voor Mij, voor elkaar. Zien ze hoe Hij bevrijdt, en wat dat vraagt van degene die bevrijd wordt? Of beladen zij Hem met al hun verwachtingen, zonder Hem werkelijk te zien? Projecteren ze wat zij willen dat er gaat gebeuren – op Hem?

En dan zijn er ook nog de stadsbewoners. We hoorden in het evangelie: ‘Toen Hij Jeruzalem binnen getrokken was, kwam de hele stad in beweging en ze vroegen: ‘Wie is dat?’ Een andersoortige reactie dan die van de hoopvolle, enthousiaste menigte onderweg. Meer nieuwsgierig. Hun dagelijks leven wordt verstoord door een menigte mensen rondom een man op een ezel. Wat is daar aan de hand? Dat moet ik eens van dichterbij bekijken. Dat ga ik eens onderzoeken. Gebeurt daar iets waar ik bij moet zijn? Mis ik iets?

Allebei deze reacties zorgen voor nogal wat opschudding, beroering, beweging. En dat heeft wel iets moois: nieuwsgierige en onderzoekende en enthousiaste en hoopvolle mensen, maar hoe diep gaat het? Komen zij, en wij met hen, verder dan eigen verwachtingen, het uitroepen van wat wij willen, en de bevrediging van uiteindelijk toch vaak maar oppervlakkige nieuwsgierigheid? Ik vind het zeer verontrustend, dat al deze opschudding en het huidige enthousiasme, in een paar dagen tijd zal blijken om te kunnen slaan in de roep: ‘kruisig hem, kruisig hem’. Zijn wij mensen zo wisselvallig? Schrijven we zo snel iemand weer af als hij niet aan onze verwachtingen voldoet, als onze nieuwsgierigheid uitdooft? Kan ook mijn blik zomaar weer omslaan van: ‘zie deze mens die op mij toekomt, drager van goddelijke waardigheid, medemens die er mag wezen en mij tot leven wekt’, naar: ‘weg met hem, die lastpak, die onruststoker’?

In het intochtverhaal blijkt nog een derde manier van op Jezus reageren. Helemaal aan het begin horen we over twee leerlingen van Jezus die erop uit gestuurd worden met de opdracht die ezeltjes te gaan halen. Hun reactie is niet uitbundig. We horen ze niet eens. ‘De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had’, zo staat er. ‘De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had.’ Een fascinerende reactie. Gaan en doen. Geen vragen over waarom dat nou zou moeten. Geen opmerkingen over waarom zij tweeën en niet iemand anders. Geen tegenwerpingen of Jezus niet beter een paard zou kunnen regelen. Ook geen overdreven enthousiaste reactie, over wat er allemaal staat te gebeuren. Of wat dan ook. Gewoon: gaan en doen, als antwoord op Jezus’ aanspraak. Ik denk niet dat het toevallig is dat we Jezus te midden van die enthousiast roepende, of die nieuwsgierige menigte mensen, niet meer horen. Hij is stil gevallen. Waar Hij al die titels, verwachtingen, meningen toegeworpen krijgt: Zoon van David, de Komende, de profeet, verlosser, zwijgt Hij.

Om hem te kunnen horen, zullen we de houding van leerling moeten aannemen. Een houding van willen luisteren, in plaats van uitroepen wat wij allemaal zouden willen. Dán krijgt Jezus de kans om zijn woord te laten horen. Wanneer wij als leerling, bereid zijn om te handelen als dat van ons gevraagd wordt, al begrijpen we misschien niet hoe of wat, of waarom, dán kan zijn Woord in ons wortel schieten. Wanneer we staan in een houding van vertrouwen, dán kan dat woord in ons vrucht dragen. ‘Maak los, en breng bij mij, de Heer heeft het nodig.’ Wij worden tot bevrijders. ‘Maak los.’ Geen mensen meer die ons door voorbijgaande emoties laten leiden, of door nieuwsgierigheid die vervliegt, maar ons gronden in zijn Woord van bevrijding. Zijn woord van toebehoren aan God. Zodat ook wij mensen kunnen worden die ‘komen in de Naam van de Heer’.

Bidden wij dat wij voorbij nieuwsgierigheid, voorbij eigen verwachtingen, leerling mogen worden, zachtmoedig optrekkend naar het nieuw Jeruzalem, gedenkend en vierend de Eeuwige die ons hoort en ziet, die afdaalt en bevrijdt.

 

Marieke Rijpkema o.carm.