zondag 20 januari 2019

Overweging Johannes 2, 2-12

Een geloofsgeheim dat mij al jaren fascineert, is hoe God werkt in onze onderlinge verhoudingen. God is liefde, maar liefde is niet los verkrijgbaar. Liefde wordt concreet in hoe wij met elkaar omgaan. Vanuit deze vraag is het bijzonder boeiend om wat stil te staan bij de verhouding tussen onze grote voorgangers op de weg van de liefde: bij de verhouding tussen Maria en Jezus. Zowel Maria als Jezus leefden in een innige verbondenheid met de levende God. Hun verhouding is tot op de dag van vandaag een wonderlijke verhouding, een verhouding die te denken geeft, een verhouding waar we veel van kunnen leren.

Duidelijk is dat Maria en Jezus niet alleen bloedverwanten, maar ook geestverwanten waren van elkaar. Op beide is heilige Geest neergedaald, beiden waren vol van de Geest.
En het moge duidelijk zijn dat geestverwantschap of zielsverwantschap een laag dieper gaat dan bloedverwantschap.  Als je je geloof met elkaar deelt, dan kun je zusterlijk of broederlijk met elkaar omgaan.

Maria en Jezus wisten van elkaar dat God met hen op weg was en een bedoeling met hen had.
Maria wist als geen ander wie Jezus was en dat hij van God kwam.
Vanuit dit weten spreekt ze Jezus aan op de bruiloft van Kana met de woorden:‘ze hebben geen wijn meer’, m.a.w. er was een tekort, een gemis, een leegte,… en Maria wist dat Jezus als instrument van Gods liefde, liefde en vreugde kon geven aan wie er verdrietig, gebrekkig en geestelijk arm aan toe waren.

Maar wat voor Maria een weet was, was voor Jezus een vraag: Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen.’ Dit gesprek tussen Jezus en zijn moeder komt wat onvriendelijk en afstandelijk over, alsof Jezus tegen Maria zegt: mens waar bemoei je je mee, is dat soms jouw zaak, dat is iets tussen de Vader en mij, mijn uur is nog niet gekomen.

Maar als we de oorspronkelijke Griekse grondtekst erop nakijken, dan valt er een heel ander licht op deze korte dialoog tussen Jezus en zijn moeder. In de grondtekst staat namelijk:
vrouw, wat voor mij en wat voor jou? Wat kun jij voor mij en wat kan ik voor jou?Wat kunnen wij voor elkaar? Wat kunnen ook wij voor elkaar betekenen?

Maria weet wat ze voor Jezus kan betekenen, ze kan vertrouwen bemiddelen: wat hij jullie zeggen zal, doe dat… en daarmee zegt ze: ik kan mensen vertrouwen in jou geven, ik kan ze helpen jou te vertrouwen op je woord, zodat jij kunt laten zien wie je bent en wat je te geven hebt. En zo gebeurt het… Door Maria kan Jezus zijn liefdeskracht laten zien en laten stromen.
En door Jezus wordt water wijn, door hem wordt een tekort een overvloed, door hem wordt iets gewoons iets feestelijks, door hem wordt het onmogelijke mogelijk, door hem komt God aan het licht in de duisternis.
Zo werkt vertrouwen, zo werkt godsvertrouwen, als er vertrouwen is tussen mensen en als er godsvertrouwen is, dan kan de liefde stromen vanuit de bron, dan gebeuren er soms wonderen tussen mensen.

Wat ik met u, wat u met mij, hoor ik Jezus zeggen tegen ieder van ons en ik denk dan bij mijzelf, de zoon van Maria, de zoon van God kan pas wat met mij, als ik hem net als Maria vertrouw. Als ik luister naar zijn woord, en doe wat hij mij zegt. Wat ik met u, wat u met mij, vragen wij soms ook aan elkaar, de vraag is of wij net als Maria en Jezus zo’n vertrouwen hebben in elkaar, dat wij anderen kunnen zeggen, doe maar wat zij u zegt, vertrouw op haar liefdeskracht, zodat zij kan laten zien wij zij is als kind van God.

Maria en Jezus leren ons te vertrouwen op elkaar en op God, zij dagen ons uit om de bron van de liefde te laten stromen.

Sanny Bruijns