27 mei 2018

Overweging naar Matteus 28, 16-20 feest van de heilige Drie-eenheid

Op dit feest van Drie-eenheid wil ik u enkele overwegingen voorleggen over God.
Een paar jaar geleden hingen er in verschillende steden van Nederland posters met de vraag: “Zou God nog in ons geloven?”
Het waren posters van Loesje, een mensen die op allerlei plaatsen affiches neerhangen met een spreuk erop die te denken geeft.

Een mooie vraag! “Zou God nog in ons geloven?” Ook een onverwachte vraag. Want meestal wordt de vraag andersom gesteld: “Geloven wij nog in God?” Maar zo gesteld is die vraag veel minder interessant. Want als mensen gevraagd wordt of ze in God geloven, is bijna nooit duidelijk wat ze bedoelen als ze ‘ja’ zeggen. Sommigen bedoelen dan, dat ze geloven, dat er ergens wel iets of iemand is; maar verder betekent dat in hun dagelijks leven niet zoveel. Anderen die ‘ja’ zeggen, zijn bereid elkaar te vermoorden in naam van hun geloof. Weer anderen leggen elkaar onmogelijke plichten op, – in naam van hun geloof in God; maar die plichten hebben dan nauwelijks meer iets te maken met de God-van-liefde over Wie Jezus vaak sprak. Dus meestal zegt het antwoord op de vraag of wij nog in God geloven niet zo heel veel.

Ik vind die vraag op de affiches veel pakkender: “Zou God nog in ons geloven?” Om een antwoord op die vraag geven, is het misschien om ons eerst even af te vragen of we het belangrijk vinden dat er mensen zijn die in ons geloven. Ik denk dat iedereen beseft dat we er slecht aan toe zouden zijn als er niemand zou zijn die iets om ons geeft.

Nu dan de vraag “Zou God nog in ons geloven?” In de ziekenhuizen waarin ik gewerkt heb, heb ik ontdekt, dat die vraag voor velen echt belangrijk wordt, als ze de balans van hun leven willen opmaken. Vooral als ik iemand het sacrament van de zieken mocht toedie­nen, – dan merkte ik vaak hoe belangrijk het voor mensen kon zijn om te horen en te ervaren dat God hun leven zou accepteren, dat Hij hun een plaatsje zou geven in Zijn liefde. Bij het sacrament van de zieken zalf ik meestal – als het kan – ook de handen, en ik bid dan dat God deze handen wil zegenen, die vaak zoveel gedragen en gekoesterd hebben. Vaak is dat een ontroerend moment. Want op zo’n moment wordt dan voelbaar dat het niet alleen belangrijk is dat de goedheid en de zorg van iemand gezien wordt door ménsen, maar ook dat het minstens even belangrijk is, dat het door God gezien en gewaardeerd wordt en dat Hij heel hun voorbije leven zal zegenen.

Het antwoord op die vraag of God nog in óns gelooft, doet er dus toe.

Wij staan vandaag stil bij een groot geheim. Wie is God? Waar is Hij? Hoe manifesteert Hij zich? Van Jezus hebben we geleerd dat we Hem mogen zien als een  Vader die in je gelooft en die jou wil beschermen. Of dat we hem mogen beleven als Degene die solidair wil zijn met de mensen die aan de rand staan. Of als een barmhartige God die altijd een open oog en oor wil hebben voor de menselijkheid van de mens. Zo heeft God zich in Jezus gemanifesteerd. Soms ervaren we God als de lucht die wij inademen, als de adem die ons in leven houdt of als de Geestkracht die mensen bezielt. En natuurlijk zijn er ook tijden dat Hij zich helemaal niet lijkt te manifesteren, en dat Hij afwezig lijkt.

Vandaag op dit feest van Drie-eenheid voel ik hoe moeilijk het is om goede woorden te vinden voor het grote geheim van God. En daarom houd ik me maar het liefste bij het aanvoelen van Jezus dat hij uitstraalde in alles wat hij deed en zei.

Ben Wolbers