Zondag 28 juli 2019

Lucas 11, 1-13

Als ervaren bidzielen, als mensen die biddend leven, weten we wat bidden is: Bidden is God ontmoeten in zijn Woord, in zijn Schepping en in zijn mensen. Biddend leven is leven dat geworteld is in de grond, die ons draagt en voedt, biddend leven is leven dat zich laat verlichten door het licht, dat ons verlicht. Biddend leven is leven met een zuchtende ziel. Onrustig is ons hart, totdat het rust in u…verlangen bidt altijd volgens Augustinus. Bidden is de liefde leven, biddend leven is werktuig van Gods liefde zijn naar het voorbeeld van Jezus en Maria en volgens de spirituele traditie waar wij deel van uitmaken.

Afhankelijk van de traditie waarin we staan heeft ons eigen bidden een eigen kleur en een eigen taal. Zoals de franciscaanse traditie Bonaventura en Herp kent als meesters van het geestelijk leven, zo kent de karmeltraditie de grote en de kleine Trees. Zo kennen ook de augustijnse en de dominicaanse tradities hun eigen meesters en meesteressen op de weg van het gebed. Ieder van ons heeft leren bidden in de religieuze gemeenschap waar we deel van uitmaken. Ook in Jezus’ tijd waren er verschillende spirituele stromingen. Zo was er de school van Johannes de Doper, die een kring van leerlingen rond zich heen verzameld had. Als een door God geroepene leerde Johannes zijn leerlingen te bidden.

Net als de leerlingen van Johannes wilden de leerlingen van Jezus, dat Jezus hun leerde bidden. Deze vraag wordt gewekt door het zien van de biddende Jezus. De leerlingen zien Jezus bidden en dit zien wekt een verlangen om net als hun meester binnen te gaan in de intimiteit met de Vader. Dit is eigenlijk heel logisch en herkenbaar in ons eigen leven.  Het zien van een biddend mens, van iemand die opgaat in God, wekt het verlangen om net als die ander te kunnen bidden. Zo is menige roeping ontstaan. Door getuige te zijn van het grote geloof, van de grote godsverbondenheid van een ander, kan in een mens het verlangen ontstaan om net als die ander vertrouwelijker met God om te gaan. Zo werkt dat nu eenmaal in ons mensen. Zien bidden, wekt het verlangen naar een eigen gebedsleven.

De leerlingen van Jezus verlangden naar een vruchtbaar gebedsleven en van daaruit vragen zij Jezus: Heer,  leer ons bidden zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd had. Heer, leer ons bidden, leer ons om vrij voor het Gelaat van de levende God te staan. Het antwoord van Jezus op deze vraag bestaat uit vier delen: Hij geeft zijn leerlingen woorden om mee te bidden. Hij vertelt een gelijkenis, hij geeft een aansporing en hij sluit zijn onderricht af met de opmerking dat de Vader de heilige Geest schenkt aan wie hem er om vragen. Uit dit antwoord van Jezus leer ik dat bidden zoiets is als spreken met een vriend of met een verwante. De gelijkenis leert mij dat wij in ons bidden voedsel ontvangen voor onze ziel. Zoals vrienden en verwanten elkaar te eten geven als ze eten nodig hebben, zo geeft God ons als een vriend of als een vader geestkracht als ons dorstige hart hunkert of als onze zuchtende ziel brandt van verlangen naar een gebaar van genegenheid of liefde.

De aansporing van Jezus leert mij dat bidden zoiets is als vragen, zoeken en kloppen…om al biddend te ervaren dat we ontvangen wat we vragen, dat we vinden wat we zoeken en dat er wordt opengedaan op ons kloppen. In de traditie van het monastieke leven wordt deze aansporing van Jezus vrij vertaald als: Vraag de Geest en je zult verlichting ontvangen. Zoek in de lezing en je zult vinden in de overweging. Klop in het gebed en je zult binnengaan in de beschouwing. Als wij vragend ontvangen en als wij zoekend vinden, dan wordt ons bidden een contempleren wordt, en dan komen we thuis bij God en bij elkaar en dan komen we thuis bij onszelf. Dan groeit er een stil weten van God in ons. In onze liefdevolle omgang met elkaar en met de schepping kan het ons overkomen dat ons godzoekende leven een godsmakend leven wordt. In het hunkeren van ons hart en in het zuchten van onze ziel is God met ons als een geliefde die ons gewond heeft en als de geest die in ons zucht met onuitsprekelijke verzuchtingen. Laten we met de liefde die ons gewond leeft en met de geestkracht die ons gegeven wordt, de Heer vragen om vrede in onze gebroken wereld. Laten we Hem onophoudelijk zoeken in zijn Woord en in zijn mensen. En laten we vooral niet vergeten om te blijven kloppen aan de hemelpoort om binnen te gaan in het rijk der hemelen, Deo volente.

Sanny Bruijns