Zondag 10 januari 2021

Overweging  Johannes 1, 35-42

We zongen ‘Ruimte om Hem die ons vestigt en grondt, die het hart vormt van de wereld’. Daarna ‘Woord van waarheid, woon in ons. Dat wij uw wil volbrengen’. ‘Waak over mij, Machtige. Ja, ik schuil in Jou’. ‘Jij bent mijn toevlucht. Jij alleen. Jou alleen wijd ik mijn leven’.

Als wij luisteren naar het evangelie dan gaat aan dit verhaal vooraf dat er aan Johannes de Doper gevraagd wordt: ‘Wie bent u?’ en hij antwoordt: ‘Ik ben de Messias niet’. De volgende dag ziet hij Jezus voorbijkomen en hij roept uit: ‘Daar is het Lam van God. Degene die de zonden van de wereld wegneemt’. In de passage die wij vandaag lezen staat Johannes de Doper daar ‘de volgende morgen’ weer met twee van zijn leerlingen en ziet hij opnieuw die voor hem onbekende man voorbijkomen: die krijgt hij in zijn blikveld en hij zegt weer: ‘Zie het Lam van God’. Zie de zoon van God, maar tegelijkertijd: zie de man van smarten. Hij die geen gestalte heeft, geen luister die veracht en gemeden is. Deze mens die hij eigenlijk niet kent en die hij toch ziet in zijn betekenis voor God maakt dat twee van zijn leerlingen achter Jezus aan gaan. Ze volgen Jezus. Maar wat doen ze dan precies als ze Hem volgen? Volgen ze Hem op zijn weg, naar de diepte, naar de diepte van God of lopen ze alleen maar achter Hem aan, zoals zo vaak mensen op straat per ongeluk in dezelfde richting lopen. Maar dan volgen ze je niet. ja, misschien een enkele keer, als ze iets van je willen of je iets willen vragen. Maar volgen… iemand volgen. En Jezus keert zich dan om en vraagt: ‘Wat zoek je?’ Waarnaar ben je op weg. Hij vraagt niet: ‘wat willen jullie van Mij?’. Maar wat is de diepe beweging van je eigen wezen, waar je achteraan gaat. Wat zoek je?

En als ze dan antwoorden: ‘Waar houd Je verblijf?’ vragen ze waarschijnlijk niet naar de plek waar Hij ’s nachts slaapt, maar naar ‘Waar houd Je werkelijk verblijf?’ Hij die geen steen heeft om zijn hoofd op neer te leggen. Hij die zonder plaats is. Hij die zich niet gevestigd heeft in de veiligheid, de vastigheid van onze menselijke organisatie. Waar houd Jij verblijf? En Jezus zegt: ‘Komt en ziet’. En als zij komen en zien, blijven ze bij Hem. Blijven ze bij Hem in die gegrondheid in God. In dat verblijf dat Hij houdt in de liefde van zijn Vader. En als Andreas zijn broer Simon ziet, zegt hij: ‘We hebben de Messias gevonden’, de Gezalfde. Terwijl Johannes zei: ‘Ik ben de Messias niet’, zeggen nu twee van zijn leerlingen tegen Simon: ‘We hebben de Messias gevonden’. De Messias gevónden hebben, niet toevallig tegengekomen, maar gevonden als de vrucht van hun volgen, van hun verblijf houden bij Hem. En dan neemt Andreas zijn broer Simon mee naar Jezus. En zoals Johannes Jezus in zijn blikveld kreeg, krijgt nu Jezus Simon in zijn blikveld. Hij ziet hem. En Hij zegt: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes. Jij wordt tot Kefas uitgeroepen, tot Petrus, tot rotsman. Uitgeroepen worden tot… Jezus roept, Hij openbaart hem zijn roeping: dat ook hij gegrond zal zijn niet op zijn eigen kracht, in wat hijzelf kan, maar op die enige grond waarop ons leven gebouwd is: op God. Het is een verhaal waarin namen gezegd worden, identiteit onthuld wordt. maar een identiteit die niet samenvalt met wat wij onder identiteit verstaan: wie ben ik? Maar: Wie ziet God in mij? Wat had God voor ogen toen Hij mij schiep? Durf ik daarop gegrond te zijn, durf ik daarop mijn leven te vestigen, op dat wat Hij in mij ziet? En niet op wat ik zelf uitgedacht heb, op wat ik denk waard te zijn, maar op wat ik ben in Gods ogen.

Bidden wij dat God ook ons zo in zijn liefde mag thuis brengen, zodat wij bij Hem kunnen blijven.

 

Hein Blommestijn O.Carm.