22 juli 2018

Overweging bij Marcus 6, 30-34

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over….

Twee aan twee waren de leerlingen er voor het eerst zonder Jezus op uitgetrokken om zieken te genezen en om de goede boodschap van het rijk Gods te verkondigen. Als ze zich weer rond Jezus verzamelen zijn ze vol van wat ze zoal hebben meegemaakt. Logisch, want de eerste keer dat je iets op eigen kracht mag doen, daar wil je over praten, zeker als je ervaren mag, dat je een werktuig van Gods liefde mag zijn, dat je een ander mag helpen om zijn eigen kracht te hervinden,
Als mensen elkaar vrij maken of vrij kijken, dan is dat een bron van diepe vreugde…

Waar het hart vol van is, daar loopt het hart van over. Ieder van ons weet dat uit eigen ervaring. Als je ergens enthousiast over bent, dan wil je je enthousiasme delen, als je vol bent van wat je hebt meegemaakt, dan deel je dat graag met elkaar en met Onze Lieve Heer…

Dat geldt ook voor minder mooie zaken. Het kan zijn dat je tot in je hart geraakt bent door het diepe lijden dat medemensen van dichtbij of ver weg kan overkomen. Zoals bijvoorbeeld door het lijden van de mensen in het Midden Oosten, die het slachtoffer zijn van het haast onoplosbare conflict tussen Israël en de Hezbollah en de Palestijnen. Als je de beelden daarvan op TV ziet, dan raakt dat je en dan kan het niet anders of je praat erover met vrienden en bekenden en soms kunnen we alleen nog maar bidden dat er ooit eens vrede zal komen in dat land, dat ons zo heilig is. Israël is een land met een bewogen geschiedenis. Ook in de tijd van Jezus was het geen pretje om in Israël te wonen. Er waren veel mensen die er slecht aan toe waren en dit liet Jezus en zijn apostelen niet koud. Zij waren tot in hun hart of misschien wel tot in hun ziel bewogen om hun medemensen. Maar op de een of andere manier verlamde dit hen niet, maar kregen zij kracht van boven of beschikten zij over een kracht van binnen om er als een goede herder te zijn voor wie hen nodig had. Jezus en zijn leerlingen waren enthousiaste mensen, zij waren vol van Gods kracht, een heilig vuur was in hen ontvlamd, de Geest was over hen vaardig geworden. De liefde van God bewoog hen om te houden van mensen, en dan met name van mensen, die er slecht aan toe waren. Jezus leefde de liefde in woord en daad, hij was een werktuig van Gods liefde. Zijn leerlingen en ook wij christenen proberen hem daarin na te volgen. En in dat navolgen hebben we er af en toe behoefte aan om aan onze Lieve Heer te vertelen wat we onderweg zoal meegemaakt hebben. Als de apostelen na hun eerste missie weer bij Jezus zijn vertellen ze alles aan hun Meester. En na hen te hebben aanhoord gunt Jezus de leerlingen een moment van rust:

ga nu naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten.

waarop de leerlingen zich terug trekken, zo blijkt uit het vervolg van het verhaal. Zelf lijkt Jezus over een onuitputtelijke energie te beschikken. Zelf gaat hij niet rusten. Hij is zo bewogen door al die zoekende mensen dat hij hen uitvoerig begint te onderrichten over waar hij zelf vol van was. Hij gaf zichzelf totaal en hij werd daarin gedragen door zijn Vader. Hij leefde de liefde, die God is en hij gaf deze liefde door aan wie er open voor stonden. Jezus woorden kwamen vanuit zijn ziel. God gaf hem de juiste woorden in. En door zijn woorden en daden vonden vele zoekende mensen wat ze zochten: een mens, een herder, die naar hen omzag en met hen bewogen was. Logisch dat ze bij hem wilden blijven. Als je vindt wat je zoekt, een bevrijdend woord, een bevrijdend mens, dan vergeet je de tijd en dan denk je er niet aan om wat te gaan eten, ook niet als het avond wordt. Het is al avond als de inmiddels uitgeruste leerlingen weer bij  Jezus terugkomen om van hem de opdracht te krijgen om de mensenmenigte van vijfduizend man te eten te geven van de vijf broden en twee vissen. En zo gebeurt het … er is volop te eten voor iedereen…

Dankzij Jezus zijn de leerlingen in staat de menigte te eten te geven. Jezus geeft voedsel voor ziel en lichaam, Hij is als een echte herder, gids en leraar  voor de zoekende mensen, die wij zijn. Hij laat mensen die tot hem komen delen in het overvloedige leven dat hem was gegeven, opdat zij overvloedig leven en anderen laten delen in hun overvloed. En als wij niets te geven hebben of met lege handen staan tegenover het lijden in ons leven en in onze wereld, dan mogen we ons net als de mensen in het evangelie wenden tot de Heer om door Hem gevoed te worden. Immers: hij is in ons midden aanwezig is in zijn woord, in mensen als Titus Brandsma en in de tekenen van zijn liefde. Geloven is weet hebben van God en van elkaar.

Sanny Bruijns