Zondag 12 juli 2020


Overweging Mattheüs 13, 1-23

Op vele manieren spreekt de levende God ons aan: in zijn mensen, in zijn woorden, in zijn schepping, in de tekenen van zijn liefde, in de stilte, in de eenzaamheid, in de liefde, …
Op de een of andere manier hebben wij weet van de levende, omdat hij of zij ons eens geraakt heeft tot in ons hart. De Heer spreekt tot ons en het is aan ons om ons te laten aanspreken.
Het Woord van God kan op vele manieren tot ons komen en wij kunnen er op vele manieren mee omgaan. Het evangelie spreekt daarover.
Een woord kan gehoord worden, maar niet begrepen worden en dan beklijft het niet. We vergeten het of het gaat het ene oor in en het andere oor uit.

We kunnen vol aandacht luisteren naar het goede nieuws van het evangelie om het een half uur later te vergeten. Dat overkomt mij nogal eens, dat ik hier in de kapel geluisterd heb naar de woorden van God die spreken over de liefde die iemand kan raken, zonder dat ikzelf geraakt wordt. Als ik dan naar het journaal kijk en luister naar de woorden van een mens die spreekt over de ellende die iemand kan treffen dan word ik wel geraakt. Blijkbaar is het Woord van God dan wel gehoord, maar laat het zich makkelijk verdringen door andere woorden. Het zaad viel op het pad, maar het werd er weer van afgenomen.

Een ander zaad viel op rotsgrond, het kwam meteen op, maar het had onvoldoende wortel geschoten, waardoor het verdorde. Een woord kan gehoord en aanvaard worden, maar niet echt doordringen tot in het hart, waardoor het gemakkelijk weer loslaat. Het beklijft niet, het houdt geen stand. Je kunt het evangelie horen, maar niet doordringen tot de kern ervan, waardoor het verdrongen kan worden door andere verhalen. Zo gaat dat soms met woorden, zo gaat dat soms in de liefde tussen mensen, zo gaat dat soms in de liefde tussen een mens en de levende God. Een ander zaad viel tussen de distels, het schoot op, maar de distels verstikten het. Een woord kan gehoord worden, het kan vrucht dragen, maar het krijgt onvoldoende ruimte en onvoldoende aandacht om uit te groeien tot een voldragen vrucht. Het verstikt. Hoe vaak gebeurt het niet dat we geraakt worden, maar geen ruimte hebben om deze geraaktheid te verwerken, omdat we andere dingen aan ons hoofd hebben of omdat we de dingen niet naar waarde schatten. Onze zorgen kunnen ons beroven van onze innerlijke vrijheid. De distels verstikten het kleine plantje dat z’n kopje boven de grond uitstak. Menigeen zal zoiets ervaren hebben als het zijn of haar roeping betreft. Een tijdlang is het heel vreemd geweest in onze maatschappij om van God te houden. Daar lag een taboe op. Er was of er is soms geen ruimte voor Gods woord…

Als er wel ruimte is voor dit levengevend woord, als het woord in vruchtbare aarde valt. Als je het juiste woord op het juiste moment hoort, dan dringt het door tot in je hart of in je ziel, dan werkt het in je of het groeit in je totdat het naar buiten kan komen. Het woord van God kan je leven veranderen, zoals dat in het leven van Maria het geval was. Zij stond open voor de woorden van Godswege, zij zei er ja op en haar leven werd er anders door,

Niet gemakkelijker, maar wel vruchtbaarder. Goddelijk leven groeide in haar schoot. Zij heeft God gebaard, door haar is God mens geworden in onze wereld. Moge haar voorbeeld ons inspireren om net als zij open te staan voor het woord Gods en het te bewaren in ons hart.

Sanny Bruijns o.carm.