Zondag 25 juli 2021

Overweging Johannes 6, 24-35

Wat betekent de lege stoel naast mij? Gewoon maar een stoel waarop toevallig niemand zit? Verder niets bijzonders. Er zit gewoon niemand op, of betekent het iets anders: ik mis iemand, het gemis van iemand naast mij? En de stoel waarop ik zelf zit? Had ik er evengoed niet kunnen zitten. Hij betekent niks. Of betekent het fijn dat ik hier ben en de diepste dingen van leven en geloof deel met de mensen naast mij zitten? Vaak dragen de dingen en gebeurtenissen een dubbele betekenis.

Jezus zegt tegen de mensen die een dag ervoor nog een overvloed van brood en vis hadden gekregen uit de vermenigvuldiging van 5 broden en twee vissen: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten’. Jezus mist het dat ze het niet als een teken hebben gezien, dat ze in de dingen die Hij doet geen tekenen zien.

In het optreden van Jezus laat de evangelist twee dimensies zien. Hij toont Jezus in de dingen die Hij doet en die iedereen om hem heen kan waarnemen. Tegelijk toont hij dat Jezus hoopt dat zijn toehoorders iets hogers en iets echters gaan zien. De dingen die Hij doet hebben een hoge tekenwaarde!

De toehoorders gaan daarin maar moeilijk mee. Maar wie ook niet, en eigenlijk ik zelf ook niet. Uiteindelijk zegt Jezus: ‘Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.’

Hier zie ik twee manieren en twee betekenissen van naar iemand toekomen:

  • Tot iemand komen en hem vinden in de gezamenlijke fysieke ruimte,
  • tot iemand komen en in hem geloven.

Op een voor iedereen wonderlijke wijze is Jezus ineens aan de andere kant van het meer te vinden nadat Hij een grote menigte wist te voeden met vijf broden en twee vissen. Even verrassend dat de mensen die Hem zochten Hem ook wisten te vinden hier in de fysieke ruimte van Kafarnaum. Was het om hun honger naar brood?

‘Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben’, zegt Jezus.

Ze hadden een lange zoektocht over het water gemaakt om Jezus te vinden, maar hadden ze Hem echt gevonden, of alleen de persoon die beantwoordt aan hun projectie?
De evangelist toont in deze scene de kwestie: wie vonden ze eigenlijk? De ware Jezus die iets bijzonders weet te geven of de Jezus van hun eigen behoefte, die slechts brood geeft voor een dag, waarna je weer honger hebt?|
Het verlangen van Jezus is dat ze echt tot Hem komen. Zijn werken vertrouwen op de wijze zoals Hij ze bedoelt: Hij doet ze in de Naam van zijn Vader. En zijn woorden vertrouwen zoals Hij ze uitlegt als Woord van de Vader dat eeuwig leven geeft.
Wie zo tot Jezus komt eet en drinkt en krijgt nooit meer dorst en honger.

En als ik straks weer op de stoel hier in de kerk ga zitten, vind ik Hem dan? En als ik daarna naar huis ga, heb ik Hem dan gevonden in de viering?
Heb ik gemerkt dat Jezus verlangde dat ik echt tot Hem kom zoals Hij zich kan geven?. Of vond ik alleen de Jezus van mijn behoefte?
Vond ik het waarachtige brood en de echte drank voor eeuwig leven in ontmoeting met Hem?

 

Paul Reehuis O.Carm.