Zondag 25 oktober 2026
Bij de Evangelielezing van Matteüs 22, 34-40
In de boeken van het Oude Testament: de zogenaamde Thora, van Genesis tot en met Deuteronomium komt alles bij elkaar 248 geboden en 365 verboden voor; samen 613 wetsbepalingen.
Niet te verwonderen, dat men in Jezus’ tijd op zoek was naar de kern van al die geboden.
De vraag van de wetsgeleerde in de evangelielezing van deze zondag aan Jezus is heel begrijpelijk: “Wat is het voornaamste gebod”?.
Met andere woorden: wat zijn de kernwoorden van de Schrift, waaruit je al het andere kunt afleiden, waar alles mee te maken heeft. Jezus verwijst al in een andere tekst, de ‘Gulden Regel’ , “Behandel de mensen in alles, zoals je wilt, dat ze jullie behandelen. Want dat is de wet en de profeten.” Het antwoord van Jezus is diep verankerd in de traditie van het Joodse volk. Hij noemt de ‘Liefde’ de kern van heel de Schrift. Hij verwijst daarmee naar het vertrouwde gebed, dat de rechtgeaarde Jood bad als hij zijn huis verliet. Een gebed, dat aan de deurstijl van zijn huis hing: “Luister Israël, De Heer is onze God, de Heer is de Enige. U zult de Heer, uw God liefhebben met heel uw hart. Met heel uw ziel en met al uw krachten.”
Maar ook wijst Jezus naar een tekst uit Leviticus: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
Sint Paulus zal het in zijn brief aan de Romeinen krachtig en kernachtig nazeggen: “Liefde vervult de gehele wet.” God liefhebben met heel je hart en in de praktijk van het dagelijks leven, betekent je naaste liefhebben als je zelf. Die nauwe band tussen God en de naaste wordt in de Schrift altijd opnieuw benadrukt.
Gods liefde gaat vooral uit naar de mensen, die niet meetellen in onze maatschappij en zij die niet hoog opgeven van zichzelf. Bij de profeet Jeremia lezen wij de troostrijke woorden: “Opkomen voor armen en behoeftigen; dat noem ik: ‘Mij kennen’”, zegt God.
In het boek Deuteronomium lezen we: “De Ene, uw God is de god der goden… die recht doet aan weduwen en wezen en die aan vreemdelingen zijn liefde bewijst door hun voedsel en kleding te schenken. Ook u moet de vreemdeling uw liefde bewijzen, want u bent zelf vreemdeling geweest in Egypte. De Ene zult u vrezen, Hem dienen en Hem aanhangen.”
De apostel Jakobus schreef in zijn brief: “Als iemand van u beweert, dat hij gelooft in God, maar dat niet kan laten zien in zijn daden, dan stelt het geloof in God niets voor.”
God is alleen te kennen via de ogen van de ander. Soms komt dat aan het licht: bv. in het leven van de heilige moeder Teresa. “Waarom doe je dat toch”, vroeg een melaatse man haar, terwijl zij in Calcutta zijn afgrijselijke wonden aan het verzorgen was. Want iedereen had de man langs de straat wel zien liggen, maar Moeder Teresa had zich over hem heen gebogen en met haar eigen handen op een stretcher gelegd. Haar antwoord was: “Omdat ik God herken in jouw gezicht.” De melaatse man had moeder Teresa aangekeken en gezegd: “En ik zie God in jou terug, want niemand anders doet voor mij, wat jij nu doet.”
Dat lijkt op Jezus’ eigen woorden: “Wat gij aan de minsten der mensen hebt gedaan, dat hebt gij aan mij gedaan.” Jezus is ons in die liefde voorgegaan. Mogen wij hem daarin volgen: in elke mens Gods goedheid zien; alle mensen zijn immers een beeld van God, zoals wij dat zelf ook zijn. Mogen we hiervan steeds meer doordrongen zijn, dan maken we geen onderscheid tussen kleur en ras, maar trekken we samen op als mens met mensen zonder te discrimineren en bouwen we in vrede aan een nieuwe wereld. Toch is dit een lange weg, een proces, dat niet in een korte tijd is afgerond.
Zo zien, zoals God ziet en Jezus ziet, moet je aan je willen laten gebeuren. De schellen vallen ons dan stap voor stap van de ogen. Zo zien is een proces, dat groei vraagt en tijd en ook weerstand. We hebben dat gezien met de dood van George Floyd uit Minneapolis hoe velen in de hele wereld zijn opgestaan en niet te houden waren om te protesteren tegen rassendiscriminatie. Deze protesten hebben velen in onze wereld wakker geschud hoezeer mensen te lijden hebben, omdat ze niet als gelijken worden gezien en behandeld. Dat gebeurt niet alleen in Amerika, maar in vele landen van de wereld, ook bij ons. Mogen we gezegend worden met het licht van Gods ogen en zien zoals Hij.
Tjalling van Balen O.Carm.

