Zondag  23 januari 2022

Lucas 1, 1-4. 4, 14-21

‘Er was eens…’ Wanneer u deze woorden hoort, vindt u het niet vreemd als er in het verhaal dat volgt heksen, trollen, kabouters, tovenaars, elfen en zeemeerminnen voor komen. Heel anders is dat wanneer een tekst begint met: ‘Men neme drie eieren.’ Als er in de tekst die daarna komt wel heksen, trollen, kabouters, tovenaars, elfen en zeemeerminnen voor komen, hebt u het gevoel in een wel erg vreemde keuken terecht gekomen te zijn. U zult dan niet zeker zijn dat uw inspanningen het gebak zullen opleveren dat u in gedachten had.

Woorden creëren  werelden. De woorden ‘Er was eens …’ scheppen  een sprookjeswereld, waarin uiteraard ook sprookjesfiguren kunnen voorkomen. Maar bij ‘Men neme drie eieren’ gaat dat heel anders. Door die woorden komt u in de keuken terecht, en daarin horen geen sprookjesfiguren thuis. Onze taal en onze woorden ordenen onze werkelijkheid en ze maken haar begrijpelijk. Onze taal en onze woorden scheppen als het ware de werkelijkheid waarin we wonen. Het sprookje en het recept maken dat duidelijk.

Niet altijd schept de taal een werkelijkheid. Wanneer je iemands taal niet verstaat is dat niet het geval. Je weet gewoon niet waarover je gesprekspartner het heeft. En soms lukt het ook niet als iemand wel jouw taal spreekt. U kent allemaal het dovemansgesprek. Twee mensen spreken met elkaar, maar raken elkaar niet. Er ontstaat geen werkelijkheid waar de woorden over gaan.

In beide lezingen van vandaag gaat het over het woord van God. Ezra leest op een verhoog de wet van Mozes voor. Lucas beschrijft hoe de ooggetuigen van wat er is voorgevallen bedienaren van het woord zijn geworden. Het woord is betrouwbaar schrijft hij aan Theofilus. Je kunt er staat op maken en je leven erop bouwen. Het Schriftwoord dat Jezus heeft voorgelezen komt uit de profeet Jesaja. Het is het woord van God. In het tweede boek van Lucas, de Handelingen van de Apostelen, verkondigen de leerlingen van Jezus dat woord van God. En ook noemt Lucas zijn boek over Jezus een woord. Ook dat is het woord van God.

Steeds gaat het over het woord van God. De evangelietekst van vandaag maakt duidelijk dat het woord van God niet automatisch een werkelijkheid van God wordt. In zijn uitleg van de tekst uit de profeet Jesaja zegt Jezus dat het woord werkelijkheid wordt doordat het wordt gehoord. ‘Vandaag is dit Schriftwoord vervuld in jullie oren.’ De plaats waar het woord van God werkelijkheid en waarheid wordt, is in onze oren. Horen van het woord is het woord in je toelaten en in jou zijn werk laten doen.

Sommige mensen zijn kritisch ten aanzien van het woord. Kritisch zijn is goed. We mogen best ons verstand gebruiken om het woord van God op zijn eigen waarde te schatten. Maar het is iets anders om het woord van God te ontkennen of naar je eigen hand te zetten. Als je meent dat sprookjes niet waar zijn omdat heksen, kabouters, trollen, tovenaars, elfen en zeemeerminnen niet bestaan, zal het verhaal voor jou geen werkelijkheid worden. En als je op een eigenzinnige manier met de voorschriften van het recept omgaat, is het onwaarschijnlijk dat er een geslaagd gebak tevoorschijn komt. Zo is het ook met woord van God. Als je je niet laat leiden door het woord van God, zal het geen werkelijkheid worden, zal het niet worden vervuld. Het is zaak je te laten leiden door het woord.

Horen van het woord maakt je een ander mens. De woorden uit de profeet Jesaja laten zien wat dat betekent. Want als het woord van God werkelijkheid wordt, is de geest van God ook over mij gekomen. Niet alleen Jezus, ook wij worden mensen die met de geest van God gedoopt zijn. We worden vrije mensen die niet meer in angst en blindheid gevangen zijn. Ook wij worden gezonden om de goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen. Ook wij kunnen mensen vrij maken, en inzicht geven in het geheim van God dat in alles aanwezig is. Want ook in ons is het woord van God vervuld en werkelijkheid geworden.

Het klinkt nogal groots dat dat we gezonden zijn om het geheim van God uit te dragen en te getuigen van de geest die in ons leeft. Maar misschien is het wel heel eenvoudig. Het gaat niet om prachtige toespraken en geleerde vertogen. Het gaat er enkel om dat je Gods woord in je toelaat en je door dat woord te laten veranderen,  en dat je zo Gods woord uit draagt. Je bent dan zelf woord van God geworden. Door gewoon te leven vanuit de geest die je bezielt, maak je zichtbaar wat het woord van God met een mens kan doen. Je zult dan op een authentieke manier Gods bevrijding uitdragen met de mogelijkheden die God jou gegeven heeft. Verderop in het evangelie zegt Jezus, ‘Wees niet bang wat je zult zeggen. De heilige geest zal het je ingeven.’ Ik kan me zo voorstellen dat mensen de werking van de geest zo in zichzelf hebben ervaren en dat ze innerlijk zo vrij zijn geworden, dat ze als vanzelf laten zien van waaruit ze leven. Hun liefde en hun bewogenheid met andere mensen zal uitstralen en zo ook anderen in contact brengen met de geest van God en het woord van God. Deze vrijmoedigheid en authentieke bewogenheid geeft ons als vanzelf de middelen en de mogelijkheden om de liefde van God verder te brengen. Zelf woord van God worden gebeurt met heel je wezen. Het is de bewogenheid om het onrecht dat mensen is aangedaan. En zelfs als je je gefrustreerd en onmachtig voelt om dat onrecht te bestrijden, is de aanwezigheid bij de lijdende mens en je betrokkenheid op hem alleen al een getuigenis van het woord van God.

 

Huub Welzen O.Carm.