Zondag 21 augustus 2022

Overweging naar Lucas 13, 22-30

We maken gemakkelijk een beeld van Jezus dat overeenstemt met onze eigen neiging tot uitstel van gedragsverandering. We stellen ons Jezus voor als iemand die altijd en immer bereid is om naar ons te luisteren, die steeds open voor ons staat, die nooit ongeduldig is, en die altijd bereid om de goede verhoudingen te herstellen. Jezus is iemand bij wie we altijd terecht kunnen. En in hem wordt ook een beeld van God zichtbaar dat daarmee overeenkomt. Ook bij God kunnen we altijd terecht. Ook voor God telt de tijd niet. Ook Hij wacht op ons met eindeloos geduld.

Soms vraag ik me af of deze beelden van Jezus en God wel kloppen. Het Lucasevangelie begint in iedere geval met een geheel ander beeld. Wanneer we luisteren naar Johannes de Doper, horen we een heel andere visie op Jezus. Hij roept op om vruchten van bekering voort te brengen, want we kunnen de toorn van God niet ontvluchten. De beelden die hij gebruikt zijn nogal dreigend. De bijl ligt al klaar aan de wortel van de bomen. Elke boom die geen vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid. Johannes zet Jezus neer als iemand met de wan in de hand. Hij komt om het koren van het kaf te scheiden. Het graan verzamelt hij, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.

Als we Johannes moeten geloven, is er geen tijd meer. Het is vijf voor twaalf. Het ogenblijk is er dat God de scheve verhoudingen tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht, zal herstellen. De balans zal Hij weer in evenwicht brengen. Hij grijpt nú in in de  geschiedenis.

Verderop het evangelie van Lucas herneemt Jezus de dreigende beelden van Johannes de Doper. Ook hij maakt de noodzaak van bekering urgent. Pilatus had mensen vermoord die uit Galilea  waren gekomen om in de in de tempel hun offers te brengen. En toen de toren van de Siloam instortte, waren er achttien mensen omgekomen. Jezus reageert op deze onheils­berichten met te zeggen, dat de mensen die zich niet bekeren, hetzelfde  lot zullen ondergaan. Vervolgens vertelt hij een verhaal over een vijgenboom die al drie jaar niets heeft opgebracht. De eigenaar van de wijngaard wil hem omhakken. We horen de echo van de verkondiging van de Doper. De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Verrassend echter is het pleidooi van de wijngaardenier. Hij wil het nog een jaar proberen met de vijgenboom. Hij zal hem goed verzorgen. En als hij dan nog geen vruchten draagt, moet hij maar worden omgehakt.

We beseffen misschien te weinig dat wij die vijgenboom zijn. We leven in extra tijd. De noodzaak om van gedrag te veranderen en vruchten voort te brengen die horen bij onze toewijding aan God, is groot. Dat we in extra tijd leven maakt Lucas ons duidelijk als hij vertelt over de eerste verkondiging van Jezus in Nazareth. In de synagoge leest Jezus voor uit de profeet Jesaja. Ook Jezus spreekt over een jaar. Dat is een jaar dat God ons schenkt. Het is een jaar waarin aan de armen de goede boodschap wordt verkondigd, waarin vrijheid en genezing wordt geschonken aan de mensen die die ziek zijn en in de gevangenis zitten. Lucas maakt ons duidelijk dat het jaar waarover Jezus spreekt, een tijd is die we extra gekregen hebben.

We leven in de extra tijd die ons geschonken is. En als die tijd lang duurt, kan het gebeuren dat dat we in slaap sukkelen, dat we niet meer in de gaten hebben dat de geschonken tijd beperkt is. De evangelietekst van vandaag herinnert ons daaraan. Het is een harde tekst. Ze laat ons zien dat we niet eeuwig kunnen treuzelen. Er komt een tijd dat de deur dicht is, en dat die niet meer wordt opengedaan. Er komt een tijd dat we te laat zijn.

Ook om een andere reden is de tekst hard en schokkend. Het verhaal maakt ook duidelijk dat we de toegang tot God niet kunnen claimen. Tot tweemaal toe zegt de huisvader dat hij de mensen die op de deur bonzen, niet kent. ‘Ik weet niet waar jullie vandaan komen.’ Het beroep op het feit dat we samen met de huisvader aan één en dezelfde tafel hebben gezeten, en dat we het woord van God hebben gehoord, geldt niet. ‘Ga weg van mij, allemaal, bedrijvers van onrecht die jullie zijn.’

We worden niet toegelaten tot het koninkrijk van God, omdat we kunnen zeggen dat we God kennen en zijn woord hebben gehoord. Wat werkelijk belangrijk is, is gerechtigheid. Het verhaal laat zien wat ongerechtigheid is. Dat is de jaloezie op de mensen die wel toe gelaten zijn. Ongerechtigheid is het idee dat wij daar eigenlijk zouden moeten zitten. Het verhaal laat zien dat we door het idee dat eigenlijk van ons wat aan anderen is gegund, de deur zelf hebben dichtgedaan.

Enkele dagen geleden zag ik bij toeval een reclameslogan voor een modehuis, dat na vier jaar opnieuw zijn poorten opende. De aparte afdelingen voor dames en voor heren zagen er chique en modern uit. De mensen werden naar binnen gelokt met de leuze ‘The future is ours’. (de toekomst is van ons). Ik heb het angstige vermoeden dat Lucas zijn wenkbrauwen zwaar zou hebben gefronst. Want de toekomst is niet van ons. De toekomst wordt ons door God geschonken. En niet alleen dat: Lucas laat ons zien dat ook ons heden ons geschonken is. Het is de extra tijd die ons door God is gegund.

 

Huub Welzen O.Carm.