Zondag 15 september 2019

Lucas 15, 1-32

De twee zonen houden ons twee prachtige spiegels voor, die het overwegen waard zijn.
De jongste zoon staart zich blind op de materiële rijkdom van zijn vader. Hij vraagt zijn deel op en gaat vervolgens zijn eigen gang, los van zijn Vader.

Hebzucht zit diep in het mensenhart en is er vaak oorzaak van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. Hebzucht brengt mensen er toe eigen wegen te gaan, los van elkaar. Hebzucht kan mensen vervreemden van elkaar. Totdat blijkt dat geld en bezit alleen niet gelukkig maken, totdat blijkt dat er meer is in het leven. Vaak is er een flinke crisis voor nodig om tot de diepere lagen en vragen die in ons leven door te dringen.
Als de jongste zoon in nood komt, omdat zijn rijkdom hem ontvalt, dan bezint hij zich.
Hij komt tot zichzelf. Hij komt tot inkeer en keert terug naar degene aan wie hij niet alleen zijn rijkdom maar ook zijn leven te danken had. En hij mag ervaren dat zijn vader er altijd is. Hij ervaart dat zijn vader naar hem uitziet en op hem wacht en enorm blij is met de terugkeer van zijn verloren gewaande zoon.

Als mensen naar elkaar uitzien, op elkaar wachten en zich met elkaar verenigen, dan is dat op zich al reden voor een feestelijk samenzijn. Maar het is helemaal feest, als je als mens ervaren mag dat de Levende God naar je uitziet, naar je verlangt en op je wacht, zelfs als je je van hem hebt losgemaakt en los van God hebt geleefd.

‘Jongen , ik ben altijd bij je’, dat is wat de vader zegt tot de oudste zoon.
De oudste zoon leeft in de nabijheid van zijn vader, maar in zijn hart, in zijn ziel, in zijn innerlijk blijkt deze nabijheid minder nabij te zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. Hij houdt zich ver van zijn verloren gewaande broer en zijn vader, omdat hij gevangen zit in gevoelens van kwaadheid en jalousie.

Hebzucht kan een bron van vervreemding zijn, maar jalousie tussen mensen is minstens zo erg. Jalousie werkt enorm blokkerend en verlammend.
De oudste zoon sluit zich op in zichzelf en daarmee sluit hij zichzelf buiten. Maar de vader komt hem tegemoet. God is ons tegemoet gekomen in zijn zoon Jezus. Als de een niet naar de ander komt, dan kan de ander naar de een komen. De vader komt naar buiten en probeert zijn zoon op andere gedachten te brengen.
Hij probeert hem te betrekken bij het feest, maar of dat lukt dat vertelt het verhaal niet.
Deze parabel laat zien, dat er een aards en een hemels thuis is waar wij thuis mogen komen bij God en bij elkaar. Van ons wordt verwacht dat wij ons weten te openen voor elkaar en voor de Levende, zodat het er feestelijk aan toe kan gaan in ons en tussen ons.

 

Sanny Bruijns