Terug naar overweging

Zondag 26 juli 2026

Matteüs 13, 44-52

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Het gaat met het koninkrijk der hemelen als met een schat, in de akker verborgen. Toen iemand hem vond, verborg hij hem, en van blijdschap ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht hij die akker. Ook gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koopman op zoek naar mooie parels. Toen hij één kostbare parel gevonden had, ging hij alles verkopen wat hij had en kocht hij haar. Ook gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een sleepnet, dat in zee werd gegooid en vissen van allerlei soort bij elkaar bracht. Toen het vol was, trokken ze het op de oever. Ze gingen zitten en verzamelden de goede vissen in manden; de slechte gooiden ze weg. Zo zal het zijn bij de voleinding van de tijd. De engelen zullen uitgaan en de kwaden tussen de rechtvaardigen uithalen en hen in de vuuroven gooien. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars. Hebben jullie dat allemaal begrepen?’ Ze zeiden Hem: ‘Ja.’ Hij zei hun: ‘Daarom gaat het met iedere schriftgeleerde die leerling is geworden in het koninkrijk der hemelen als met een huisvader, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’