Roeping

God kan een mens raken en heel persoonlijk aanspreken. Zo maar ineens. Het is een bijzondere gebeurtenis in een leven. Het gebeurt soms in ervaringen van schoonheid en liefde, soms in een crisissituatie.

Niet altijd gebeurt die aanraking in een enkel ogenblik. Soms gebeurt het geleidelijk . Er werkt of er rommelt iets, een vage onrust, een soort van heimwee, een vreemd verlangen. Het laat echter niet los. Misschien is er een verlangen naar een religieus leven?  In de plaatselijke karmelcentra of in het vormingshuis in Boxmeer zijn er mogelijkheden om dit verlangen te verkennen.

Vorming

De Karmel in Nederland bestaat uit meerdere geledingen. Er zijn kloostergemeenschappen van de eerste orde in Almelo, Boxmeer, Nijmegen en Zenderen. De zusters karmelietessen van de tweede orde leiden een leven van stilte en gebed. Er zijn twee organisaties van lekenkarmelieten. De Karmelbeweging is een vereniging van lekenkarmelieten. Daarnaast bestaat de gemeenschap van geassocieerden waarvan de leden zich individueel aan de orde hebben gebonden. Elk van deze vier geledingen heeft een eigen vormingstraject. Maar er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt. Ook wanneer er geen keuze is gemaakt voor een van de geledingen, is het mogelijk om deel te nemen aan het vormingsprogramma.

Intrede

Wanneer iemand ervoor kiest om karmelitaans te leven in een van de kloosters, is het nodig de verschillende fasen te doorlopen die leiden tot intrede. Het is een weg die langzaam en zorgvuldig wordt afgelegd.

De eerste stap is die van het pre-noviciaat. De kandidaat woont dan al in het klooster of is dan nog in de eigen situatie. Regelmatig logeert hij of zij dan meerdere dagen aaneen in het klooster van Boxmeer. Dan is er ook deelname aan het vormingsprogramma en er zijn regelmatig gesprekken met een geestelijk begeleider. Een van de vormingsverantwoordelijken begeleidt op de weg naar het noviciaat.

Bij de intrede begint het noviciaat. De novice neemt deel aan het dagelijks vormingsprogramma dat erop gericht is om te groeien naar een contemplatieve levenshouding en de karmeltraditie eigen te maken. Het dagritme en de gebedstijden zijn wezenlijke elementen van het noviciaatsprogramma.

Na het noviciaat volgt de periode van de kleine professie. De kandidaat is nu officieel lid van de orde.

De tijdelijk aard van de binding is bedoeld om een geleidelijke voortgang te maken in het karmelitaanse leven. De karmeliet krijgt in die periode verantwoordelijkheden voor taken of voor studie. Zoveel als mogelijk wordt de vorming in deze periode afgestemd op de  individuele mogelijkheden.

De plechtige professie is de definitieve binding aan de orde. Ze wordt publiekelijk uitgesproken. Het is geen eindpunt van de weg. Het markeert enkel het punt in het leven waarop een karmeliet definitief besluit te willen leven binnen de Karmelorde, in navolging van Jezus Christus en in zuster- en broederschap. Hiertoe worden de geloften afgelegd van gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede.

Voortgaande vorming

Voor de karmeliet en karmelietes is vorming een levenslange weg. Vorming is nooit voltooid. Het karmelitaanse leven bestaat in de hoop op groei naar ontvankelijkheid voor Gods omvormend werk. Ieder is persoonlijk verantwoordelijk voor eigen vorming, omwille van persoonlijke groei, omwille van orde en kerk, en omwille van de mensen en projecten voor wie hij/zij verantwoordelijkheid draagt. De orde biedt vormingsmogelijkheden aan in het vormingshuis te Boxmeer. Soms zijn er mogelijkheden voor studies en opleidingen.