Overweging Nieuwjaarsdag 1 januari 2026
Lucas 2, 16-21
Haastig gingen de herders erheen en vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag. Toen ze het zagen, maakten ze bekend wat hun over dit kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat hun door de herders werd gezegd. Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.
Een week later, toen de tijd gekomen was dat Hij besneden moest worden, kreeg Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.
Overweging
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar worden we door de liturgie teruggebracht bij het begin: de geboorteplaats van Jezus: de voederbak in een stal, buiten de bewoonde wereld, buiten het verkeer van dorpen en steden. We zijn terug bij het begin: een stal en het onherbergzame leven van herders met hun kudden in het open veld.
Deze herders komen bij de stal om Jozef en Maria te vertellen wat er met hen gebeurd is: dit kind in de voederbak is de bevrijder van de mensen, van alle mensen, van ieder mens.
Lucas vertelt ons vervolgens, dat ‘allen die ervan hoorden, verbaasd stonden’. Allen vragen zich verwonderd af, hoe is dit mogelijk? Een kind in een voederbak voor dieren, ver buiten de bewoonde wereld, ver buiten de gevestigde orde: de bevrijder van de mensen, van ieder mens, van alle mensen? Het staat zelfs ingeschreven in zijn naam, reeds op hem gelegd vóórdat Maria hem in haar schoot ontving: Jesjoe, Jezus: God komt bevrijden.
Een pasgeboren kind in een voederbak, de bevrijder van Godswege, de bevrijder van de mensheid. ‘Allen die het hoorden stonden verwonderd.’ Het is een niet geringe genade, wanneer je je hierover kunt verwonderen, wanneer er spontaan vanuit de diepte van je hart verbazing geboren wordt en wanneer je daar opgetogen uiting aan kunt geven. Dit is niet iedereen gegeven. De verwondering wil maar niet opspringen in mijn hart. Dat is geen onwil. Misschien ontbreekt mij de eenvoud van de herders, hun onbevangenheid. Misschien zit de overbekendheid van het verhaal er als stoorzender tussen: de alom bekende pasgeborene in een alom bekende voederbak. Misschien is er te veel geweld om mij heen, vlakbij of veraf. Er is nog zoveel in ons wat niet vrij is, nog steeds niet vrij wil komen, nog ongeboren is in mij, tussen ons. Hoe dan ook, een spontane opwelling van verwondering en vreugde wil niet lukken.
Gelukkig komt Maria ons te hulp: ‘Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.’ Luisteren en stil worden. Alle woorden in mijn hart sluiten om ze daar te laten indalen, tot de tijd rijp is. Geen verwondering die niet echt wil komen, die niet geboren wil worden. Geen bevrijdingsvreugde tegen heug en meug of tegen beter weten in. Ontvangen en stil laten rijpen in het verborgene van mijn hart. In stilte overwegen.
O gezegende stilte die de tijd krijgt om de tijd haar werk te laten doen. O weldadige stilte die geen haast heeft en de onzekerheid niet overschreeuwt. O krachtige stilte die niet door de knieën gaat voor geweld van stormen en rotsen, die niet bang is voor aardbevingen en vulkanen. O stilte van een zachte bries: ‘Elia hoorde en bedekte zijn gelaat in zijn mantel.’ Niet om zich in die mantel stiekem te verbergen, niet om zich te hullen in een vroom gewaad, niet om zijn angsten te bezweren, maar om in stilte te overwegen wat hij in stilte heeft gehoord.
Wat een geluk, dat ons een nieuw jaar wacht, een heel nieuw jaar vóór ons, een jaar waarin wij in stilte kunnen bewaren en overwegen wat ons geschonken wordt: Gods gunnende liefde die soms even als een glimp onze wereld binnenvalt. Soms even. Klein en nietig maar ontroerend sterk.
Een nieuw jaar om het goede nieuws in ons hart te bewaren en in stilte te overwegen. Zalig nieuwjaar.
Kees Waaijman z.g.